Bloemen tellen

Om zo de nectarscore van jouw gazon te laten uitrekenen

Hoe tel je 1 m2 in je gazon?

Hieronder vind je een overzicht van 18 bloemensoorten.

Deze komen vaak voor in onze Nederlandse tuinen. Uitgebreide informatie per soort vind  je terug op de plantensoorten pagina van Flora van Nederland die je kunt vinden onder de knop Plantbeschrijving.


Deze Maai Mei Niet-plantenlijst geeft een indicatie: deze 18 bloemen komen in veel gazons voor, maar niet in elk gazon. Hoeveel en welke bloemen u na één maand niet of minder maaien zal aantreffen, is afhankelijk van het bodemtype van uw tuin, hoeveel u in het verleden heeft gemaaid, bemest of gesproeid, het aantal uren zon in uw tuin. Omschakelen naar een biodivers gazon duurt even. Hoe u dat doet, leest u hier.

Informatie

De plantbeschrijvingen staan op deze pagina maar je kunt deze beschrijvingen ook hier als pdf bestand downloaden.
Het telformulier voor het tellen van 1 m2 gazon kun je hier downloaden en mee de tuin in nemen. 

Via dit formulier geef je jouw telgegevens op.

De plantbeschrijvingen en telwijze staan hieronder
Let op je zet 1 m2 uit en tel alleen dit deel.

Gewone brunel: Prunella vulgaris

Deze plant wordt ook ‘bijenkorfje’ genoemd om de vorm van de uitgebloeide plant. Af en toe eens een maaibeurt overslaan, is voor deze plant zeer gunstig.

Waar moet je op letten bij het tellen?

De blauw-paarse bloemen bevinden zich in een compact hoofdje zonder blaadjes, bovenaan de stengel. De stengel is vierkant en kruipt over de grond.

Hoe tellen?

Elk open bloemhoofdje.

Gewone ereprijs: Veronica chamaedrys

Komt vaak voor in niet te intensief beheerd gazon en zomen. De helderblauwe bloemen sluiten zich bij hevige wind en neerslag. De bloemen vallen goed op in iets ruiger gazon en grasland.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Helderblauwe bloemen met een wit hart. Als je goed kijkt, zie je twee meeldraden.

Hoe tellen?

Elke open bloem.

Gewone margriet: Leucanthemum vulgare

Bloeit enkel als er weinig gemaaid wordt. Komt vaak voor in wegbermen en is graag gezien in veldboeketten.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Grote zus van de madelief, met een bloemhoofdje van 3 tot 6 cm doorsnede.

Hoe tellen?

Elk open bloemhoofdje.

Gewone rolklaver: Lotus corniculatus

Heeft opvallende gele vlindervormige bloemetjes. Om bij de nectar te kunnen, moeten bijen het bloemetje openduwen.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Lage plant met heldergele bloemen die per trosjes van 2 tot 7 op korte stengels zitten. De blaadjes lijken op die van een klaver.

Hoe tellen?
Elke open bloem.

Gewoon biggenkruid: Hypochaeris radicata

Groeit op een droge, voedselarme tot matig voedselrijke standplaats. Floreert op schraal gazon en tussen stenen.

Waar moet je op letten bij het tellen?

De grijsblauwe streep aan de onderzijde van de bloemen in het bloemhoofdje. Verschil met paardenbloem: geen holle stengel, wel een vertakte bloemstengel.

Hoe tellen?

Elk open bloemhoofdje.

Hondsdraf: Glechoma hederacea

Groeit bij voorkeur op licht beschaduwde plekken. De plant geurt sterk kruidig (naar munt) bij het kneuzen van de bladeren.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Kruipt over de grond. Heeft een vierkante stengel. De bloeistengels staan rechtop en dragen 1 tot 6 blauwpaarse of lila bloemen. Heeft niervormige blaadjes.

Hoe tellen?
Elke bloeistengel.

Knoopkruid: Centaurea jacea

Komt enkel voor in minder gemaaide graslanden Een uitstekende insectenplant die veel nectar geeft.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Ruwe rechtopstaande stengels met paarse bloemhoofden. Onder het bloemhoofdje zitten vaak donkerbruine schubben.

Hoe tellen?
Elk open bloemhoofdje.

Kruipend zenegroen: Ajuga reptans

Groeit vaak in vochtige tot natte zones in de tuin. Kan gebruikt worden als bodembedekker in de siertuin. Extensief maaibeheer is noodzakelijk om stand te kunnen houden.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Blauwpaarse bloemetjes gegroepeerd in een bloeistengel. De stengel is vierkant en kruipt over de grond. De bladeren op de grond zijn groen. De bladeren in de bloeistengel zijn kleiner en vaak paars aangelopen.

Hoe tellen?
Elke bloeistengel.

Kruipende boterbloem: Ranunculus repens

Heeft net zoals de scherpe boterbloem felgele bloemen. De naam komt van de kruipende uitlopers die iets verderop weer wortelen.

Waar moet je op letten bij het tellen?

De bloemsteel is geribbeld of gegroefd. Is nooit het geval bij de scherpe boterbloem.

Hoe tellen?
Elke open bloem.

Muizenoor: Pilosella officinarum

De naam verwijst naar het spatelvormige blad dat is bezet met een donsachtige laagje. Een lage, bodembedekkende plant die het best groeit op voedselarme, droge, zonnige en zanderige bodem.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Klein plantje, vaak niet groter dan 10 cm. Bladeren zijn laag tegen de grond gedrukt en hebben een behaarde bovenkant.

Hoe tellen?
Elk open bloemhoofdje.

Madeliefje: Bellis perennis

Eén van de meest bekende bloemen in het gazon, bloeit bijna het hele jaar rond. Madeliefje staat graag in vaak gemaaid gazon. Bij wekelijks maaien komt hij moeilijk tot bloei, wie af en toe een maaibeurt overslaat, wordt beloond met een mooi wit bloementapijt.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Lijkt op de margriet, maar is veel kleiner. Wordt meestal niet groter dan 10 cm. Bloemhoofdje is 1-3 cm groot.

Hoe tellen?
Elk open bloemhoofdje.

Paardenbloem: Taraxacum officinale

Komt massaal voor in onze tuinen. Hoewel vaak ongewenst, is het een topplant voor bestuivers. Zijn pluisjes kunnen de zaden tot 3 kilometer ver voeren.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Stengel is hol, wat niet het geval is bij gewoon biggenkruid. Als je de stengel of een blad scheurt, zie je wit melksap.

Hoe tellen?
Elk open bloemhoofdje.

Paarse dovenetel: Lamium purpureum

Bloeit bijna het hele jaar door. Groeit vaak in losgemaakte bodem (moestuin) of op kale grond, maar evengoed aan de bosrand, tussen straatstenen en op muren.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Lila/paars gekleurde bloemen. De bovenste blaadjes zijn vaak paars aangelopen. De stengel is net zoals bij gewone brunel, kruipend zenegroen en hondsdraf vierkant, maar deze stengel is niet kruipend zoals bij deze andere drie.

Hoe tellen?
Elke bloeistengel.

Pinksterbloem: Cardamine pratensis

Bloeit niet vaak in intensief beheerd gazon, maar is vaak wel aanwezig. Kan opbloeien wanneer je een maaibeurt of twee overslaat. Komt eerder voor in nattere graslanden. Kan ganse weiden in bloei zetten. Bij regen gaat de bloem dicht om het stuifmeel droog te houden.

Waar moet je op letten bij het tellen?

De vier witte tot lila bloemblaadjes vormen een kruis en er lopen een aantal donkerpaarse aderen over de bloem.

Hoe tellen?
Elke open bloem.

Scherpe boterbloem: Ranunculus acris

Komt enkel voor in minder gemaaide delen van het gazon. Bij regen buigt de bloem om meeldraden en stampers droog te houden.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Heeft in tegenstelling tot kruipende boterbloem geen geribbelde bloemsteel.

Hoe tellen?
Elke open bloem.

Smalle weegbree: Plantago lanceolata

Bloeit van beneden naar boven.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Langwerpige bladeren met duidelijke nerven. Rechtopstaande geribbelde bloeistengels met aan de top een aar met verschillende kleine witte bloemen.

Hoe tellen?
Elk open bloemhoofdje.

Witte klaver: Trifolium repens

Voor honingbijen zou dit wereldwijd de allerbelangrijkste soort zijn. Komt bijna in elk gazon voor en vormt soms hele tapijten. Heeft meestal drie, soms ook 4 (!) blaadjes.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Lang gesteeld bolvormig bloemhoofdje dat verschillende kleine witte of lichtroze bloemetjes draagt.

Hoe tellen?
Elk open bloemhoofdje.

Zachte ooievaarsbek: Geranium molle

Vaak te vinden op zonnige open plaatsen. Eén plant produceert jaarlijks 1500 tot 2000 zaden.

Waar moet je op letten bij het tellen?

Roosgekleurde bloemetjes en zacht behaarde handnervige bladeren.

Hoe tellen?
Elke open bloem.